Daden
Werken die alleen God doet — door Christus volbracht.
Onderwerpen
- Christus' gezag om zonden te vergeven: Jezus eist en oefent het goddelijk voorrecht uit om zonden te vergeven.
- Christus als schepper: Jezus wordt aangewezen als het middel van de schepping — een werk dat JHWH alleen voor Zichzelf opeist.
- Messiaanse verwachting: mens én God: Het Oude Testament ontvouwt, van Genesis tot Maleachi, een profetische gestalte die tegelijk ten volle menselijk en ten volle goddelijk is — niet als een latere christelijke invoeging, maar als de inwendige spanning van de heilshistorische openbaring zelf. De tweenaturenleer is in beginsel reeds in de Hebreeuwse Schriften aanwezig.
- JHWH-teksten op Christus toegepast: Het Nieuwe Testament past stelselmatig oudtestamentische JHWH-teksten op Jezus toe en identificeert Hem aldus als de HEERE van Israël.
Bijbelpassages
- 1 Thessalonicenzen 1:10
- 1 Thessalonicenzen 4:16-17
- 2 Kronieken 7:14
- 2 Timotheüs 1:9-10
- 2 Timotheüs 4:1
- Amos 8:9
- Amos 9:11-12
- Kolossenzen 1:16
- Kolossenzen 1:17
- Prediker 12:14
- Ezechiël 34:11-16 → Johannes 10:11-16
- Habakuk 2:4
- Hebreeën 1:3
- Hosea 13:4 → Johannes 14:6
- Jesaja 35:4-6 → Mattheüs 11:4-5
- Jesaja 40:10-11 → Johannes 10:11-14
- Jesaja 43:11 → Titus 2:13
- Jesaja 44:24 → Kolossenzen 1:16-17; Johannes 1:3
- Jesaja 45:21-22 → Handelingen 4:12
- Jeremia 17:10 → Openbaring 2:23
- Job 19:25-27
- Job 33:23-24
- Job 9:32-33
- Joël 2:32 → Romeinen 10:13
- Johannes 1:3
- Johannes 5:21
- Judas 1:21
- Judas 1:24-25
- Judas 1:5
- Klaagliederen 3:22-26
- Klaagliederen 3:55-58
- Markus 2:5-7
- Nehemia 9:17
- Nehemia 9:6
- Numeri 21:5-6 → 1 Korinthe 10:9
- Spreuken 8:22-31
- Spreuken 8:35-36
- Psalmen 102:25-27 → Hebreeën 1:10-12
- Psalmen 68:18 → Efeze 4:8
- Zefanja 3:9