Lam 3:22-26
Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot. Cheth. De HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen. Teth. De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt. Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.
Toon aantekeningen
Te midden van het diepste oordeel belijdt Jeremia de onuitputtelijke *hesed* (verbondsliefde) en *rachamim* (barmhartigheden) van YHWH, die elke morgen nieuw zijn. Het Nieuwe Testament openbaart dat deze goddelijke verbondsgetrouwheid gestalte krijgt in Christus, die als het Ja en Amen op alle beloften Gods het fundament is van de hoop der heiligen (2 Kor. 1:20). Zijn middelaarschap is de grond van iedere 'nieuwe morgen' van genade.