De Davidische Zoon en de Eeuwige Troon
- God belooft aan David dat zijn Zoon op een troon zal zitten die tot in eeuwigheid bevestigd zal zijn (2 Samuël 7:12-16)
- Een eeuwige troon is een goddelijk voorrecht — de Schrift leert immers dat YHWH alleen eeuwig regeert en Zijn troon met niemand deelt (Psalm 29:10; Jesaja 9:7)
- David noemt deze beloofde Nakomeling zelf 'mijn Heere' (Adonai), terwijl YHWH tot hem spreekt: 'Zit aan Mijn rechterhand' — de menselijke afstammeling ontvangt de goddelijke troon als gelijke (Psalm 110:1)
Conclusie: Derhalve is de Davidische Messias zowel Davids menselijke Nakomeling als Davids goddelijke Heere — twee betrekkingen die slechts in één persoon met twee naturen kunnen samenvallen.