Christologia een Nederlandse christologie

Prov 8:22-31

De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water; Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren. Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld. Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef; Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte; Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde; Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende; Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen.
Prov 8:22-31 Statenvertaling 1637
Toon aantekeningen

De Wijsheid spreekt: YHWH bezat (*qanah*) haar vóór al Zijn werken, als *Amon* (meesterbouwmeester/voedsterling) naast Hem. De Reformatie-traditie (Calvijn, Owen, Bavinck) leest dit als een profeties-typologische beschrijving van de eeuwige Zoon, de persoonlijke Wijsheid Gods. Het sleutelwoord *qanah* (vers 22) is omstreden: de LXX vertaalt *ektisen* (schiep), maar de Masoretische tekst laat ook 'bezat' toe. Conservatief-gereformeerde exegese ziet hier geen bewijs van geschapenheid maar van eeuwige generatie; het Nieuwe Testament identificeert Christus als Gods Wijsheid (1 Kor. 1:24; Kol. 2:3).

Toon de grondtekst

יְהוָה קָנָנִי רֵאשִׁית דַּרְכּוֹ קֶדֶם מִפְעָלָיו מֵאָז

Lees in andere vertalingen ↗ debijbel.nl