Numbers 21:5-6 → 1 Corinthians 10:9
En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood. Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel. | En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slagen vernield.
Toon aantekeningen
Paulus identificeert Christus als Degene die Israël in de woestijn op de proef stelde — de YHWH die hen met slangen oordeelde. Christus is de God van Israëls woestijnreis.