θεός (theos)
Betekenis: God
Toon vindplaatsen
Johannes 1:1
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
Johannes 20:28
En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!
Titus 2:13
Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;
Hebreeën 1:8
Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.
Theologische betekenis
Rechtstreeks toegepast op Jezus in sleutelpassages (Johannes 1:1, 20:28, Titus 2:13, Hebreeën 1:8), waarmee Zijn goddelijke natuur wordt vastgesteld.