"Het Woord was 'een god'"
Johannes 1:1c zou vertaald moeten worden als 'het Woord was een god', omdat θεός het lidwoord mist, wat duidt op een mindere goddelijke wezen.
Aangehaalde tekst: Johannes 1:1
Johannes 1:1
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
Toon het antwoord
Het anarthreuze θεός in Johannes 1:1c is kwalitatief van aard en benadrukt de natuur in plaats van de identiteit. De Griekse grammatica vereist deze constructie.
- Colwell's Regel: een bepaald predikaatsnominativum vóór het werkwoord mist gewoonlijk het lidwoord. Het toevoegen van het lidwoord zou 'God' en 'Woord' uitwisselbaar maken (Sabellianisme). (Johannes 1:1)
Johannes 1:1
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
- Dezelfde constructie (anarthreus θεός) verschijnt in Johannes 1:18 voor de Vader, terwijl niemand daar 'een god' vertaalt. (Johannes 1:18)
- Context: het Woord schept alle dingen (v.3), wat alleen JHWH doet (Jes. 44:24). Johannes identificeert Jezus met JHWH. (Johannes 1:3)
Johannes 1:3
Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.
- Het Evangelie bereikt zijn hoogtepunt wanneer Thomas Jezus aanroept als 'ὁ θεός μου' — met het lidwoord — 'mijn God' (Johannes 20:28). (Johannes 20:28)
Johannes 20:28
En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!