Engelen aanbidden JHWH en Christus
OT: Psalmen 97:7
NT-toepassing: Hebreeën 1:6
Hebreeën 1:6
En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.
Toon de teksten
OT: Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!
NT: En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.
De weergave van Psalmen 97:7 in de Septuagint gebiedt hemelse wezens JHWH te aanbidden. De Hebreeënbrief past dit gebod toe op Christus bij Zijn menswording — engelen worden geboden Jezus te aanbidden zoals zij JHWH zouden aanbidden.
Theologische betekenis
De schrijver van de Hebreeënbrief maakt een opmerkelijke uitlegkundige stap: de aanbidding die JHWH toekomt, is verschuldigd aan de Zoon, waarmee de godheid van Christus vanuit de Schriften van het Oude Testament wordt vastgesteld.
Verdere verwijzingen: Deuteronomium 32:43 LXX
; Openbaring 5:11-14