De bruidegom van Israël
OT: Hosea 2:16, 19-20
NT-toepassing: Efeze 5:25-27
Toon de teksten
OT:
NT: Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord; Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.
In het gehele Oude Testament wordt JHWH afgebeeld als de Man van Israël, Die de huwelijksrelatie eens zal herstellen. Paulus identificeert Christus als de Bruidegom van de gemeente en kent Hem daarmee de rol toe die aan JHWH toebehoort.
Theologische betekenis
Het beeld van de goddelijke Bruidegom, toegepast op Christus, toont dat de nieuwtestamentische schrijvers begrepen dat Jezus de JHWH is Die gekomen is om Zijn volk te verlossen en met Hem te verenigen.
Verdere verwijzingen: Jesaja 54:5
; Jeremia 31:32; Mattheüs 9:15; Openbaring 19:7-9