Ik ben het
OT: Jesaja 43:10
NT-toepassing: Johannes 8:58
Johannes 8:58
Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.
Toon de teksten
OT: Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn knecht, dien Ik uitverkoren heb; opdat gij het weet, en Mij gelooft, en verstaat, dat Ik Dezelve ben, dat voor Mij geen God geformeerd is, en na Mij geen zijn zal.
NT: Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.
De 'Ik ben het'-uitspraken van JHWH (Hebreeuws: ani hu) in Jesaja bevestigen Zijn eeuwige, unieke godheid. Jezus gebruikt het absolute 'Ik ben' (Grieks: ego eimi) om aanspraak te maken op deze goddelijke identiteit, waarop de Joden Hem wegens godslastering probeerden te stenigen.
Theologische betekenis
Jezus' 'Ik ben'-uitspraken weergalmen de zelfverklaringen van JHWH in Jesaja. De Joden begrepen dat Hij aanspraak maakte op het God-zijn — wat de reden was waarom zij probeerden Hem te stenigen.
Verdere verwijzingen: Johannes 8:24
; Johannes 8:28; Johannes 13:19; Johannes 18:5-6