Het Lot over Zijn Klederen
OT: Psalm 22:18
NT: John 19:23-24
Toon de teksten
OT: Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.
NT: De krijgsknechten dan, als zij Jezus gekruist hadden, namen Zijn klederen, (en maakten vier delen, voor elken krijgsknecht een deel) en den rok. De rok nu was zonder naad, van boven af geheel geweven. Zij dan zeiden tot elkander: Laat ons dien niet scheuren, maar laat ons daarover loten, wiens die zijn zal; opdat de Schrift vervuld worde, die zegt: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en over Mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de krijgsknechten gedaan.
De Romeinse soldaten vervulden onwetend de profetie van David door het lot te werpen om het naadloze kleed van Jezus. Johannes vermeldt dit uitdrukkelijk als een vervulling van de Schrift, en benadrukt daarmee de goddelijke besturing van de bijzonderheden van de kruisiging.