Hab 3:3-4
God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran. Sela. Zijn heerlijkheid bedekte de hemelen, en het aardrijk was vol van Zijn lof. En er was een glans als des lichts, Hij had hoornen aan Zijn hand, en aldaar was Zijn sterkte verborgen.
Toon aantekeningen
De theofanie van God Die in heerlijkheid van Teman nadert, met stralen als licht die van Zijn hand uitgaan. Calvijn (Comm. in Habacuc) en Westminster-commentatoren zien in dit verschijnen van de goddelijke Majesteit een type van Christus' komst, Wiens verheerlijking op de berg (Matth. 17:2) en wederkomst (Openb. 1:16) dezelfde goddelijke heerlijkheidskenmerken dragen.
Toon de grondtekst
אֱלֹוהַּ מִתֵּימָן יָבוֹא וְקָדוֹשׁ מֵהַר־פָּארָן... וְנֹגַהּ כָּאוֹר תִּהְיֶה