"Mijn God en uw God"
In Johannes 20:17 maakt Jezus onderscheid tussen 'mijn God' en 'mijn Vader', wat toont dat Hij God aanbidt zoals wij.
Aangehaalde tekst: John 20:17
Toon de respons
Jezus spreekt als de vleesgeworden Zoon die in Zijn menselijke natuur werkelijk betrokken is op de Vader. Dit ontkent Zijn godheid niet.
- In Zijn mensheid noemt Jezus de Vader terecht 'mijn God'. Hebreeën 2:17 zegt dat Hij 'in alles aan Zijn broederen gelijk moest worden.' (Heb 2:17 )
- Toch noemt Thomas Jezus in hetzelfde Evangelie 'mijn God' (Johannes 20:28), en Jezus aanvaardt dit. (John 20:28)
John 20:28
En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!
- De twee naturen van Christus betekenen dat Hij zowel God kan zijn als een God kan hebben — goddelijk van nature, mens door de menswording.
- Hebreeën 1:8-9 citeert Psalm 45, waar de Vader de Zoon als 'God' aanspreekt terwijl Hij tevens zegt: 'uw God heeft U gezalfd.' (Heb 1:8-9 )