Conclusie Daarom is Jezus JHWH
Toon het volledige argument
-
Alleen God komt aanbidding toe
Deut 6:13 Matt 4:10 -
Jezus ontvangt en aanvaardt aanbidding door heel de Schrift
John 9:38Matt 28:9
En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.
Heb 1:6John 9:38
En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.
Rev 5:13-14Heb 1:6
En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.
Rev 5:13-14
En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid. En de vier dieren zeiden: Amen. En de vier en twintig ouderlingen vielen neder, en aanbaden Dengene, Die leeft in alle eeuwigheid.
-
Rechtvaardige mensen en engelen weigeren aanbidding en verwijzen die uitsluitend naar God
Rev 19:10 Rev 22:8-9
Het aanbiddingsargument is bijzonder krachtig omdat het steunt op één van de meest bestendigde beginselen der Schrift: aanbidding komt God alleen toe. Wanneer Jezus aanbidding aanvaardt zonder berisping — een gedraging die rechtvaardige engelen en apostelen consequent weigerden — stelt Hij daarmee impliciet zijn godheid. De genezen blinde aanbidt Jezus (Joh. 9:38), de vrouwen aanbidden de opgestane Christus (Matt. 28:9), en heel de schepping wordt geboden het Lam tezamen met de Vader te aanbidden (Openb. 5:13-14).
Steunteksten Matt 28:9
Matt 28:9
En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.
John 9:38
En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.
Heb 1:6
En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.
Rev 5:13-14
En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid. En de vier dieren zeiden: Amen. En de vier en twintig ouderlingen vielen neder, en aanbaden Dengene, Die leeft in alle eeuwigheid.