Mordechai → Christus
Mordechai weigert de knie te buigen voor Haman, wordt om die trouw met de dood bedreigd, en wordt vervolgens van het stadspoortleven tot tweede in het rijk verheven. De omkering van vernedering naar verhoging prefigureert het paaspatroon van Christus.
Toon teksten en betekenis
OT-type: Est 2:21-23
; Est 3:2-6 ; Est 6:6-11 ; Est 8:1-2 ; Est 8:15 ; Est 10:3NT-vervulling: Filipp 2:6-11
; Hand 2:32-36 ; Hebr 12:2 ; Openb 5:6-13Mordechai’s weigering om voor een mens te buigen die zich goddelijke eer toeëigende, en zijn opstanding-achtige ommekeer (van bedreigd met de galg naar gekleed in koninklijke kleren), prefigureert hoe de gekruisigde Christus juist door zijn vernedering tot Heer van allen verhoogd wordt. Het patroon is niet sentimenteel maar verbonds-rechtelijk: trouw aan God leidt door de dood heen tot heerschappij.
Wellum-inzicht
Het Estherboek toont, zonder Gods naam ook maar één keer te noemen, hoe de verbondsbeloften aan Abraham — bescherming van zijn zaad tegen elke poging tot uitroeiing — onverbiddelijk worden vervuld. Mordechai is een schaduw die alleen begrepen wordt vanuit de werkelijkheid van Christus’ paaspatroon: de Lijdende Knecht die juist door zijn lijden de volkeren erft.